KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Waarom zijn vrouwen minder vaak zzp’er dan mannen?

28 juni 2019

Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) is fors gegroeid de afgelopen jaren. Vreemd genoeg blijft het aandeel vrouwelijke zzp’ers in Nederland, maar ook in de rest van Europa, ver achter bij dat van mannen.
Foto: FaceMePLS/Flickr

De verwachting dat het zzp-schap vooral aantrekkelijk is voor vrouwen, vanwege de mogelijkheid werk en zorgtaken flexibeler in te richten, komt niet uit. Het blijft vooralsnog onduidelijk waarom vrouwen relatief minder vaak dan mannen zzp’er worden.

JOOP SCHIPPERS, WIETEKE CONEN & CHANTAL REMERY

Nederland heeft de afgelopen decennia een relatief sterke groei gezien van het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Niet alleen stijgt hun aantal in absolute zin (zie figuur 1); ook hun aandeel in de werkgelegenheid neemt toe. Sterker nog, sinds de eeuwwisseling vormt het segment van zzp’ers het enige arbeidsmarktsegment waar de werkgelegenheid substantiële groei vertoont. Met circa 15 procent zzp’ers zit Nederland iets boven het Europese gemiddelde van 13,7 procent in 2017, maar blijft het ver achter bij bijvoorbeeld Griekenland waar het aandeel zzp’ers in de totale werkgelegenheid bijna 30 procent bedraagt. Behalve Slowakije is er echter geen enkel ander land dat zo’n sterk groei van het aandeel zzp’ers kent als Nederland; in 2000 bedroeg het aandeel zzp’ers nog maar 10 procent. Verschillende kabinetten die sinds de eeuwwisseling optraden hebben die groei dan ook gepropageerd, zowel in woord als fiscaal.

Figuur 1. De ontwikkeling van het aantal zzp’ers in Nederland, naar geslacht, 2003-2018

 

In de vakliteratuur wordt vaak aangenomen dat vooral vrouwen baat hebben bij een flexibele invulling van hun betaalde werkzaamheden. Die flexibiliteit maakt het gemakkelijker om werk en zorgtaken te combineren. Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) herhaalde onlangs deze argumentatie. Juist omdat vrouwen ondanks de oprukkende emancipatie in veel Europese huishoudens nog steeds de eindverantwoordelijkheid dragen voor opvoeding van en zorg voor kinderen zouden zij in hoge mate profiteren van flexibele werktijden, de vrijheid om bijvoorbeeld tijdens schoolvakanties geen opdrachten aan te nemen en de mogelijkheid een flink deel van het werk thuis te doen. Wanneer we kijken naar andere vormen van flexibele arbeidsrelaties (tijdelijk werk, open afroepcontracten) zien we dat vrouwen daar veelal oververtegenwoordigd zijn in vergelijking met mannen. Vanwege de veronderstelde betere combinatiemogelijkheden van arbeid en zorgtaken is het niet vreemd om te veronderstellen dat vrouwen vaker dan mannen zzp’er zouden zijn. Tevens kan een positie als zzp’er vrouwen de mogelijkheid bieden om te ‘ontsnappen’ aan discriminerend gedrag van leidinggevenden die hun talenten en ambities niet serieus nemen en organisaties die niet bereid zijn hen dezelfde promotiemogelijkheden en beloning te bieden als mannen. Gegeven de inhaalrace waar vrouwen op de arbeidsmarkt nog altijd in verwikkeld zijn, is de vraag of de opmars van vrouwen in het segment van zzp’ers gelijke tred houdt met die in het segment van werkenden in loondienst. Dat laatste blijkt niet het geval: het aandeel vrouwen blijft achter bij de ontwikkeling van mannen, en het is vooralsnog onduidelijk waarom.

De groei van het aantal zzp’ers tekent zich vooral af in beroepen die traditioneel door werknemers in loondienst werden uitgeoefend, zoals bijvoorbeeld in de commerciële dienstverlening. Sinds de crisis van het eind van het eerste decennium van deze eeuw heeft de groei van het aantal zzp’ers een extra impuls gekregen doordat bedrijven werknemers niet langer in dienst konden of wilden houden, maar wel bereid waren hen als zzp’er in te huren. Dat leidde onder meer tot een sterke groei van het aantal zzp’ers in de bouw en in de thuiszorg. Ondertussen zet ook in Nederland de daling door van het aantal ‘traditionele’ zelfstandigen. Het betreft hier bijvoorbeeld beoefenaren van agrarische beroepen die hun werkzaamheden beëindigen of zelfstandige winkeliers die hun nering overdoen aan een grote keten. Als we zelfstandigen en werknemers op een aantal kenmerken vergelijken, valt op dat zelfstandigen vaker tot de categorie 50-plus behoren dan werknemers, en ook vaker hoger opgeleid zijn.

Vrouwen in de minderheid

Overal in Europa zijn vrouwen ruimschoots in de minderheid als het om de gendersamenstelling van de groep zzp’ers gaat (zie figuur 2). Gemiddeld genomen vormen vrouwen in Europa bijna een derde van het aantal zzp’ers, terwijl zij bijna de helft van alle werkenden uitmaken. Dit is een opvallende constatering, zeker in het licht van de hypothese dat het zzp-schap voor vrouwen juist relatief aantrekkelijk zou zijn. In Nederland is het aandeel vrouwen onder zzp'ers volgens de CBS-gegevens 39 procent in 2018.

Figuur 2. Het aandeel vrouwen onder zzp’ers en het aandeel vrouwen in de totale werkgelegenheid, gerangschikt naar het aandeel zzp-schap onder vrouwen, 2017

 

Overigens dient te worden opgemerkt dat door verschillende instanties gepresenteerde cijfers rond zzp’ers nogal eens uiteenlopen. In de eerste plaats wordt niet in alle internationale statistieken het onderscheid gemaakt tussen zelfstandigen met en zonder personeel en ook worden niet altijd werkenden meegeteld die een positie als zzp’er als nevenactiviteit hebben naast een baan in loondienst. Net als bij de werkenden in loondienst geldt daarnaast dat er verschillen bestaan in het door mannen en vrouwen gewerkte aantal uren. Daarbij geldt dat mannen, of zij nu in loondienst of als zzp’er werkzaam zijn, gemiddeld meer uren werken dan vrouwen, terwijl zzp’ers die het zzp-schap als belangrijkste bezigheid hebben gemiddeld meer uren werken dan werknemers.

Waarom kiezen voor zzp?

De ondervertegenwoordiging van vrouwen onder zzp’ers zou te maken kunnen hebben met de motieven die schuilgaan achter het kiezen voor een bestaan als zzp’er dan wel als werknemer. Op basis van een enquête waaraan in 2014 793 in Nederland gevestigde zzp’ers deelnamen, inventariseerden wij de mate waarin verschillende motieven voor mannen en vrouwen een rol speelden om als zzp’er aan de slag te gaan (zie figuur 3).

Figuur 3. Motieven om zzp’er te worden in Nederland, naar geslacht

 

Zowel voor mannen als voor vrouwen blijkt de behoefte aan meer autonomie het zwaarstwegende argument om te kiezen voor een positie als zelfstandige, gevolgd door de behoefte aan een nieuwe uitdaging en het zien van kansen in de markt. Het is dus vooral de intrinsieke motivatie die zowel mannen als vrouwen richting zzpschap drijft. Voor vrouwen speelt de overweging dat arbeid en zorg als zzp’er beter te combineren zijn dan bij een baan in loondienst conform de verwachting vaker een rol dan bij mannen (zelfs meer dan twee keer zo vaak). Toch geeft ook meer dan de helft van de vrouwen aan dat deze overweging nauwelijks of geen rol speelde. Ook voor vrouwen komt dit argument daarmee niet verder dan een gedeelde vierde plaats. Overigens spelen de betere combinatiemogelijkheden voor 20 procent van de mannelijke zzp’ers wel degelijk tot op zekere hoogte een rol. Nadere analyse leert dat de combinatiemogelijkheden vooral een rol spelen voor wie de transitie vanuit een positie buiten de arbeidsmarkt (niet werkend, niet werkzoekend) naar die van zzp’er maakt. De betere combinatiemogelijkheden spelen veel minder vaak een rol in het kiezen voor het zzp-schap als men start vanuit de positie als werkzoekende. In die laatste situatie valt er wellicht minder te kiezen, omdat de noodzaak brood op de plank te brengen overheerst. Bovendien hebben werklozen – anders dan degenen die niet participeerden – al ervaring met het oplossen van eventuele combinatieproblemen en lijken werkenden in loondienst en zzp’ers als groepen op dit punt mogelijk meer op elkaar dan op de (slinkende) groep voor wie combinatieproblemen een reden zijn om buiten het arbeidsproces te blijven.

Tevredenheid met zzp-schap

Hoe zit het dan vervolgens met de tevredenheid over hun werksituatie en de relatie met de mate waarin het lukt betaald werk en zorgtaken te combineren? In een recent onderzoek onderzochten wij op basis van de zesde European Working Conditions Survey (EWCS) uit 2015 met gegevens voor alle 28 EU-landen de determinanten van tevredenheid over de werksituatie onder individuen in loondienst en individuen werkzaam als zzp’er. Bij werknemers in loondienst zijn vrouwen iets meer tevreden dan mannen, terwijl er tussen vrouwelijke en mannelijke zzp’ers geen verschil in tevredenheid bestaat. Kijken we naar de tevredenheid met de werksituatie van zzp’ers dan zien we dat de combinatie van werk en de privésfeer vrijwel geen rol speelt. Alleen als gezinsverantwoordelijkheden een hindernis vormen om voldoende aandacht aan het werk te geven, doet dit afbreuk aan de tevredenheid. Het omgekeerde is daarentegen niet het geval. De tevredenheid van zzp’ers wordt vooral in positieve zin beïnvloed door het leren van nieuwe dingen en het kunnen toepassen van eigen ideeën. Opnieuw dus een grote rol voor inhoud-gedreven factoren.

Een onopgelost raadsel

Dus blijven we vooralsnog zitten met een onopgelost raadsel. Mogelijk speelt de beroepenverdeling van vrouwen en mannen een rol: vrouwen werken traditioneel in andere beroepen en sectoren dan mannen. Op theoretische gronden kan worden verondersteld dat kapitaalintensieve beroepen en sectoren minder mogelijkheden bieden om als zzp’er aan de slag te gaan dan beroepen waarbij je slechts een tafel, een stoel en een laptop met internetverbinding nodig hebt om aan het economisch verkeer deel te nemen. Maar nog steeds blijken juist mannen in die kapitaalintensieve sectoren oververtegenwoordigd te zijn, terwijl veel vrouwen in de kapitaal-extensieve commerciële en niet-commerciële dienstverlening werken, waar het relatief eenvoudig is om je eigen bedrijfje te beginnen. Waar nog minder zicht op bestaat, is in hoeverre verschillen in de bereidheid om risico te nemen en de mogelijk op dit punt bestaande verschillen tussen mannen en vrouwen een rol spelen bij het aangaan van het avontuur van het zzp-schap. Gelet op de – sterk overeenkomende – scores van mannen en vrouwen bij motieven als behoefte aan meer autonomie en een nieuwe uitdaging (zie figuur 3) lijkt ook dit niet bij voorbaat een succesvolle verklaring. Wel zou een rol kunnen spelen dat voor mannen een positie als zzp’er veel vaker de enige optie was om inkomen te verwerven dan voor vrouwen. Dit kan te maken hebben met hun eigen perceptie van de traditionele rol als kostwinner, maar bijvoorbeeld ook met maatschappelijke druk of pressie van de zijde van uitkeringsinstanties. Voor veel vrouwen is het voltijd moederschap nog altijd een legitieme optie, zeker als de kinderen jong zijn. Anderzijds is het aandeel mannen dat dit motief aanvoert nu ook weer niet zo groot dat dit het volledige verschil tussen de aandelen zzp’ers onder mannen en vrouwen zou kunnen verklaren. Ondanks dat we dus steeds meer weten over zzp’ers weten we nog niet genoeg als het gaat om de verschillen tussen man en vrouw.

Joop Schippers, Universiteit Utrecht en NIAS, Amsterdam, e-mail: j.j.schippers@uu.nl

Wieteke Conen, Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies, e-mail: w.s.conen@uva.nl

Chantal Remery, Universiteit Utrecht, e-mail: c.remery@uu.nl

 

Literatuur

Conen, W.S. en J.J. Schippers (2017),
De invloed van startmotieven op de financiële situatie en arbeidstevredenheid van zzp’ers. Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken, 33 (3), pp. 250-268.
Conen, W.S. en J.J. Schippers (2019),
Selfemployment as precarious work. A European perspective. Cheltenham: Edward Elgar.
OESO (2019),
Employment Outlook 2019: The Future of Work. Parijs: OESO.
Remery, C. en J.J. Schippers (2019),
Satisfied@Work. Differences between selfemployed and employees in the European Union, Research paper Universiteit Utrecht.

Artikel



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken