KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Hoe sterk zijn latrelaties?

30 november 2018

Nederland kent ruim 700.000 personen met een latrelatie. Latrelaties zijn relatief ongebonden omdat latpartners niet samenwonen. Maar hoe worden emotionele verbondenheid en toewijding ervaren in deze relaties?

[Foto: Frans de Wit/Flickr]

Op basis van diepte-interviews blijkt dat latters een sterke emotionele band hebben met hun partner, maar dat hun toewijding voor de langere termijn minder sterk en duidelijk is.

 

ROSELINDE VAN DER WIEL, CLARA MULDER & AJAY BAILEY

De manieren waarop mensen in Nederland hun liefdesleven en gezinsleven vormgeven zijn veel diverser dan vroeger. Living-apart-together (lat) relaties zijn hiervan een voorbeeld. Dit zijn vaste relaties waarbij de partners niet samenwonen. Omdat het met bevolkingsstatistieken niet mogelijk is om te bepalen hoe vaak latrelaties voorkomen, is ernaar gevraagd in de enquête van het Onderzoek Gezinsvorming 2013 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Daaruit bleek dat het een veelvuldig gekozen vorm van samenleving is: zo’n 22 procent van alle alleenstaanden (met of zonder kinderen) had een latrelatie. Dat komt neer op ruim 700.000 latters in Nederland. Van het aantal mensen met een partner had in 2003 ruim 7 procent een latrelatie en in 2013 ruim 8 procent. Latrelaties komen relatief vaak voor onder jonge alleenstaanden (zie figuur 1), hoogopgeleiden, mensen die een scheiding hebben ervaren en alleenstaande ouders. De overgrote meerderheid van de jonge latters (onder de 30 jaar) wil in de toekomst met hun partner samenwonen, gehuwd of ongehuwd. Onder de latters in de leeftijdsgroep 50-80 jaar wil juist 56 procent blijven latten.

Figuur 1. Percentage alleenstaanden/alleenstaande ouders met een latrelatie

Latrelaties worden vaak in verband gebracht met het individualiseren van de samenleving en met een afnemend belang van toegewijde, levenslange relaties. Inderdaad, latters zijn niet door de wet of een gedeelde hypotheek aan elkaar gebonden. Dit betekent dat latters een stuk gemakkelijker hun relatie kunnen beëindigen dan samenwonenden en gehuwden. Maar hoe zit het echt met de keuze voor deze samenlevingsvorm? In een recent onderzoek door het Population Research Centre van de Rijksuniversiteit Groningen is aan 22 latters in diepte-interviews gevraagd hoe zij de verbondenheid en toewijding richting hun partner ervaren (zie kader).

Waarom living-apart-together?

Uit eerder onderzoek is gebleken dat mensen latten om uiteenlopende redenen. Jongere latters hebben veelal het gevoel nog niet toe te zijn aan samenwonen. Daarnaast zijn vrijheid en onafhankelijkheid veelgenoemde redenen om apart te wonen. Een latrelatie is een manier om de intimiteit van een relatie te combineren met de autonomie van alleen zijn. Eerdere slechte ervaringen met samenwonen en het hebben van kinderen uit een vorige relatie zijn andere veelgenoemde redenen om te latten. Daarnaast kunnen er praktische of financiële bezwaren of belemmeringen zijn die samenwonen verhinderen. Zo kan het zijn dat de werklocaties van de partners ver uit elkaar liggen of dat een overheidsuitkering wegvalt bij samenwonen. Het huidige onderzoek bevestigde dit beeld en leverde daarnaast het inzicht op dat lat vooral een keuze is die draait om het eigen domein: persoonlijke onafhankelijkheid, carrièreontwikkeling en zelfbescherming. Zelfs wanneer externe omstandigheden een reden zijn om niet samen te wonen, spelen dergelijke eigen redenen vaak een bijkomende rol. Dit ondersteunt de visie dat de latrelatie een uiting is van een individualiserende samenleving.

Eeuwige liefde?

De diepte-interviews met latters laten echter ook een ander beeld zien. De jongere latters waren emotioneel sterk gehecht aan hun partner. Zij wilden hun relatie voortzetten in de toekomst, maar waren hier tegelijkertijd enigszins nonchalant over en wilden zich hier (nog) niet op vastleggen. Maggie (in leeftijdscategorie 20- 34) verwoordt dat gevoel als volgt: “Stel je voor dat de gevoelens zouden veranderen, ofwel van hem ofwel van mij, en de relatie werkt gewoon niet meer, dan ben ik niet de persoon die daar aan blijft hangen, die blijft trekken aan een dood paard. Op het moment dat het klaar is, is het ook klaar wat mij betreft.”

Hard werken zou niet nodig moeten zijn in een goede relatie, was het idee van deze jongere latters. Zij vonden het boven alles belangrijk dat de relatie bevredigend was. Liefde en persoonlijke tevredenheid stonden centraal, niet samen blijven door dik en dun. Luister bijvoorbeeld naar Hester (20-34 jaar): “Ik ben eigenlijk alleen maar gecommitteerd aan alles wat goed voelt voor mij. […] Als het zo zou zijn dat iets wat voor mij goed voelt en voor hem goed voelt betekent dat wij niet samen zijn, dan is dat mijn commitment eigenlijk. Dus in die zin ben ik niet gecommitteerd aan de relatie eigenlijk. […] dat is een lege huls, zeg maar. Als je voor een relatie gaat werken, ja, waar werk je dan aan?”

Ook de meeste oudere latters waren weinig georiënteerd op de toekomst van hun relatie en meer op het heden. De ervaring van een pijnlijke breuk van een vorige samenwonende of gehuwde relatie werkte als een soort realiteitscheck. Hierdoor stonden zij anders in hun nieuwe relatie: onzekerder en losser. Astrid, (35-54) is daar heel duidelijk over: “Bij mijn ex-man dacht ik toen ik trouwde: nou, hier blijf ik altijd bij. Maar dat idee is voorgoed aan flarden gegaan. […] Dit is nu voor altijd van “we zien het wel”.

Deze “we zien het wel”-houding en de beperkte langetermijnoriëntatie van oudere latters komt ook voort uit levenservaring. Zij hebben geleerd dat het leven onvoorspelbaar is en zelden loopt zoals verwacht. Een van de geïnterviewden – Henk (55-70) – drukt dat gevoel als volgt uit: “Ik vind het altijd zo raar als mensen zeggen van “ik hoop dat ik altijd met jou zal blijven”. […] Ik heb die wens niet. […] Gewoon niet in de toekomst kijken. Je weet niet hoe het zal gaan. Het leven zit vol met verassingen en ik vind verassingen leuk. ”

Bindingsangst na scheiding

De ervaring van een echtscheiding vormde voor veel latters een belemmering in het ontwikkelen van hun nieuwe relatie. Zij waren bang om zich opnieuw te binden en vervolgens het risico te lopen om weer gekwetst te worden. Hun ervaringen hadden hen geleerd dat het scenario van uit elkaar gaan helaas een reële mogelijkheid is; hiervan waren zij zich sterk bewust. Op meerdere manieren probeerden zij zichzelf te beschermen door de gevolgen van een eventuele relatiebreuk te beperken. Dit uitte zich in de eerste plaats in de keuze om apart te wonen. Het behouden van een eigen woning gaf een veilig gevoel. Naast praktisch en financieel eenvoudiger zou het ook emotioneel minder zwaar zijn om een latrelatie te beëindigen dan een samenwoonrelatie. Om de ervaringen van de eerdergenoemde Astrid (35-54) maar aan te halen: “Ik denk ook van samenwonen, en dan wen je daar natuurlijk weer aan, dat iemand om je heen is. Ik wil dat eigenlijk ook niet nog een keer meemaken, dat je iemand dan weer verliest.”

Met datzelfde idee zei een andere deelnemer, Robert (35-54), met opluchting: “Stel dat dit zou stoppen, dan zou ze [zijn partner] gewoon haar leven weer kunnen oppakken en ik het mijne ook.” Zelfs als deze eerder gescheiden latters ooit in de toekomst zouden gaan samenwonen met hun partner, wilden zij een soort vluchtoptie of back-up-plan hebben. Zo was Astrid van plan om in dat geval haar registratie bij de woningcorporatie voort te zetten, zodat zij gemakkelijk weer een eigen woning kon krijgen als de relatie zou eindigen. Robert zou zijn eigen huis willen aanhouden zelfs wanneer hij in de praktijk altijd bij zijn vriendin thuis zou zijn.

Ook andere materiële zaken bleven gescheiden. Gezamenlijke, grotere aankopen werden vermeden of er werden heldere afspraken gemaakt over hoe hiermee om te gaan in het geval van het gevreesde scenario van uit elkaar gaan. Sommigen wilden liever niet dat er spullen van henzelf bij hun partner in huis lagen, omdat zij zich daardoor op een onaangename manier gebonden voelden. Ook in emotionele zin hielden gescheiden latters reserves. Bijvoorbeeld door niet te veel te dromen over een gezamenlijke toekomst en zo eventuele teleurstelling te voorkomen. En door niet alles van zichzelf te geven. Voor anderen was het niet zozeer een bewuste keuze om reserves te houden. Zo voelde Henk (55-70) simpelweg de energie niet meer om zich vol overgave in zijn latrelatie te storten. Hij gaf aan dat hij daardoor ook beperkt gehecht was aan zijn partner en dat als zij uit elkaar zouden gaan, hem dat geen “dreun” zou geven: “Als je dan toch weer een relatie begint gaat dat misschien met wat minder energie, minder overtuiging. Dat zou kunnen. Ja, je hebt niet meer die hartstocht die je op jonge leeftijd hebt, dat je er echt gouden bergen van verwacht, maar je bent wat ontnuchterd misschien door dingen die gebeurd zijn. Dus het zou kunnen dat dat één van de redenen is dat je iets minder investeert.”

Aan de positieve kant gaven oudere latters ook aan dat hun liefdes- en levenservaring hen geleerd had hun partners te accepteren zoals ze zijn en meer realistische verwachtingen te hebben.

Tijdelijk of blijvend latten?

Jongere latters, die kinderloos waren en voor wie het de eerste of tweede relatie was, zagen zichzelf in de toekomst in een samenwonende relatie met kinderen, het eerste deels omdat zij dat zagen als vereiste voor het tweede. Daarentegen hechtten zij weinig belang aan trouwen. Voor de oudere latters, die veelal gescheiden waren en kinderen hadden, was living-apart-together een keuze voor een onbekende of zeer lange termijn. Sommigen sloten niet uit dat ze ooit zouden gaan samenwonen, maar trouwen was wel uitgesloten.

Tot slot

Volgens een recente CBS publicatie voelen alleenstaanden zich vaker eenzaam dan anderen, vooral na een scheiding. Maar alleenstaand staat niet gelijk aan alleen. Ruim eenvijfde van de alleenstaanden heeft namelijk een lat-partner. Bovendien laten de diepte-interviews van dit onderzoek zien dat latters veelal een sterke emotionele band hebben met hun partners. Livingapart- together is een manier om het waardevolle contact en de intimiteit met een partner te combineren met de vrijheid en autonomie van het alleen wonen.

Voor een toenemend aantal mensen zouden latrelaties een langdurig voorspel of alternatief kunnen vormen voor samenwonen. In tijden waarin de nadruk ligt op persoonlijke voldoening, ontwikkeling en onafhankelijkheid en waarin tegelijkertijd behoefte blijft bestaan aan emotionele en fysieke intimiteit met een partner, verenigt deze relatievorm beide behoeften. Daarnaast zijn het ook tijden waarin relaties erg instabiel blijken. Latten kan een risicomijdende strategie zijn in reactie op de hoge scheidingscijfers, voor mensen die zich er eerst van willen verzekeren dat hun partner voor het leven is of die überhaupt twijfelen over langetermijnbinding.

Een kanttekening is dat latrelaties relatief instabiel zijn vergeleken bij samenwonende en getrouwde relaties, terwijl uit vele studies het belang is gebleken van stabiele relaties voor het welbevinden. De interviews laten zien dat de toewijding van latters om hun relatie op de lange termijn in stand te houden niet sterk aanwezig was. De overtuiging en interesse in levenslange partnerrelaties lijkt daarmee beperkt te zijn onder latters. De praktische gevolgen van het beëindigen van een latrelatie zijn minimaal, maar emotionele gevolgen zullen onvermijdelijk blijven.

Ondanks de waardevolle rol van latrelaties in het leven van mensen, werkt het overheidsbeleid ontmoedigend voor een deel van de latters, zoals bijstandsgerechtigden die regelmatig bij hun lat-partner overnachten en daar ook wat van hun spullen hebben liggen. Bijstandsgerechtigden verliezen hun uitkering geheel of gedeeltelijk als zij gaan samenwonen met een partner. Het probleem is echter dat niet duidelijk is afgebakend wat geldt als samenwonen en wat niet. Bovendien is de praktische invulling van latrelaties, bijvoorbeeld het aantal nachten dat samen geslapen wordt, even divers als de mensen die latten. Het gebrek aan duidelijke grenzen leidt regelmatig tot vervelende situaties en onterechte beschuldigingen van samenwoonfraude. Het is een uitdaging om ruimte te bieden aan de diversiteit en complexiteit van hedendaagse relaties in wetgeving en beleid.

* De hier gebruikte namen zijn gefingeerd om de privacy van deelnemers aan het onderzoek te beschermen. De leeftijden zijn om dezelfde reden aangeduid met een zekere bandbreedte.

Roselinde van der Wiel, Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: r.van.der.wiel@rug.nl

Clara Mulder, Rijksuniversiteit Groningen, e-mail: c.h.mulder@rug.nl

Ajay Bailey, Universiteit van Utrecht, e-mail: a.bailey@uu.nl

 

Literatuur

CBS (2015),
Ruim een vijfde van de alleenstaanden heeft een lat-relatie. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
CBS (2018),
Honderd jaar alleenstaanden. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
Wiel, R. van der, C.H. Mulder en A. Bailey (2018),
Pathways to commitment in living-apart-together relationships in the Netherlands: A study on satisfaction, alternatives, investments and social support. Advances in Life Course Research, 36, pp. 13-22.

Artikel

INTERVIEWS EN PARTICIPANTEN



Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken