KNAW

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Enkele vragen en antwoorden over verschillende AOW-leeftijden voor lager en hoger opgeleiden

Pagina-navigatie:

Joop de Beer en Nicole van der Gaag
2 augustus 2018

Voor iedereen geldt dezelfde AOW-leeftijd, maar omdat mensen met een lagere sociaaleconomische status gemiddeld korter leven, ontvangen zij minder jaren AOW. In een artikel op de website Me Judice hebben we onderzocht wat het verschil in AOW-leeftijd tussen lager en hoger opgeleiden zou zijn als de verhouding tussen AOW-jaren en werkjaren voor beide groepen gelijk zou worden getrokken. Dit heeft veel vragen en reacties opgeroepen, niet alleen in de pers maar ook via sociale media en mails. Omdat we niet alle vragen persoonlijk kunnen beantwoorden, hebben we de meest gestelde vragen en antwoorden op een rij gezet.

  • Waarom onderscheid naar opleidingsniveau?
    Mensen met een sociaal-economische achterstand leven gemiddeld korter. Als voor iedereen dezelfde AOW-leeftijd geldt, ontvangen zij minder jaren AOW. Als je vindt dat iedereen recht heeft op evenveel jaar AOW zou voor mensen met een sociaal-economische achterstand de AOW-leeftijd lager moeten zijn. Maar dan is de vraag hoe je mensen kunt onderscheiden naar sociaal-economische situatie. Opleidingsniveau is daarvoor een veel gebruikt criterium. Maar er zijn ook andere mogelijkheden, bijvoorbeeld onderscheid naar inkomen of beroep. Nadeel van inkomen is dat dit mede afhangt van de vraag of men deeltijd werkt. Nadeel van beroep is dat het heel moeilijk is om precies af te bakenen wat zware beroepen zijn. Opleidingsniveau is zeker geen ideale maatstaf, maar wij hebben nog geen beter criterium kunnen vinden.
  • Zijn er nadelen aan het onderscheid naar opleiding?
    Ja. Een hogere AOW-leeftijd voor hoger opgeleiden zou mensen kunnen demotiveren om langer te studeren. In de praktijk zal het waarschijnlijk wel meevallen, want jongeren zijn over het algemeen nog niet erg bezig met pensioen. Voor twintigers van nu is het trouwens nog helemaal niet bekend wanneer ze met pensioen zullen kunnen gaan. Veel mensen gaan pas nadenken over hun pensioen als ze ver voorbij de vijftig zijn. Bovendien is een betere baan of een hoger inkomen een belangrijkere reden om te studeren dan de vraag wanneer je met pensioen moet of mag.
  • Waarom hebben we het over lager en hoger opgeleiden?
    Sommigen stellen voor om over praktisch en theoretisch geschoolden te spreken. Maar veel hoogopgeleiden hebben geen theoretisch maar een praktisch beroep. Denk bijvoorbeeld aan artsen. Wij gebruiken de terminologie die het Centraal Bureau voor de Statistiek hanteert en die internationaal ook gangbaar is.
  • Waarom geen onderscheid naar zware beroepen?
    Voor mensen met een fysiek zwaar beroep is het moeilijker om door te werken tot de pensioenleeftijd als de AOW-leeftijd steeds verder stijgt. Daarom is het belangrijk om het werk voor mensen met een zwaar beroep aan te passen als ze ouder worden. Maar het aantal jaren dat mensen na hun AOW-leeftijd nog te leven hebben hangt slechts ten dele samen met het al dan niet hebben van een zwaar beroep. Woonomgeving en ongezonde levensstijl zijn zeker zo belangrijk. En die hangen sterk samen met opleidingsniveau.
  • Is een lagere AOW-leeftijd voor laagopgeleiden geen beloning voor ongezond gedrag?
    Mensen met een lagere opleiding roken gemiddeld vaker dan hoogopgeleiden en hebben ook vaker overgewicht. Een gezonde levensstijl is natuurlijk ieders eigen verantwoordelijkheid. Maar de kans dat je er ongezonde leefgewoonten op na houdt hangt sterk af van het gezin waarin je bent opgegroeid en de omgeving waarin je verkeert. Als je ouders rookten is de kans dat je op jonge leeftijd gaat roken groter, en als je eenmaal een verstokte roker bent, is het moeilijk om daarmee op te houden, zeker als vrienden en collega’s ook roken. Daarnaast speelt verschil in kennis en financiële mogelijkheden een rol. Dus ongezond gedrag is maar in beperkte mate een bewuste, eigen keuze.
  • Moet de AOW-leeftijd van vrouwen niet hoger zijn dan voor mannen?
    Vrouwen van 66 jaar leven 2,5 jaar langer dan mannen, dus ontvangen gemiddeld 2,5 jaar langer AOW. Een hogere AOW-leeftijd voor vrouwen lijkt dus logisch. Maar daar staat tegenover dat die extra jaren niet allemaal gezonde jaren zijn. Integendeel, het aantal gezonde jaren (zonder lichamelijke beperkingen) voor 65-jarige vrouwen is zelfs lager dan voor mannen.
  • Is dezelfde AOW-leeftijd voor iedereen niet veel eenvoudiger?
    Ja, het grote voordeel van het huidige AOW-stelsel is de eenvoud. De AOW-leeftijd hangt alleen af van je geboortedatum. Maar de gelijkheid in AOW-leeftijd leidt tot ongelijkheid in aantal AOW-jaren. Ongelijkheid in inkomens en vermogen kan worden beperkt door herverdeling via de belastingen. Verschillen in levensduur kunnen niet worden verkleind door herverdeling. Maar verschillen in pensioenjaren kunnen wel worden verkleind door verschillen in AOW-leeftijd.

 

Publicatie

Kruimelpad:
  1. Home
  2. Actueel
  3. Nieuws


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken